Tag: blog

Oeps.. ik schaam me diep

Oeps.. ik schaam me diep

Oeps, wat schaam ik me diep, als ik zie wanneer ik voor het laatste een update heb geplaatst.
De laatste keer was een maand voordat we naar huis gingen om kerst en oud en nieuw te vieren. Inmiddels zijn we alweer 9/10 maanden verder. En dus tijd voor een update over onze reis.

Half januari zijn we weer vertrokken naar Australië. Waar we inmiddels nog steeds zitten.
We vlogen terug naar Perth en vanaf daar pakten we de bus terug naar Kojonup.
De plek waar we 6 maanden gewerkt en gewoond hadden. En waar onze bus dus nog stond.
We hebben alle extra zooi die we van thuis hadden meegenomen een plekje gegeven in de bus (we waren inmiddels wel 4uur verder, maar goed) En zijn toen vertrokken. En ik kan me nog goed herinneren dat dat heel gek was. Maanden lang leef je er naar toe. Werk je aan je campertje en maak je alles gereed. En dan is het eindelijk zover. We hadden nog niet echt een route/plan bedacht. Dus toen kwamen de vragen: Waar gaan we heen? Wat wordt het plan? Noord, oost, zuid? of ……. ?? Het westen waren we in ieder geval al.
We besloten om op het gemakje eerst wat plekjes te bezoeken die we wel eens aandeden op onze vrije dagen. En daarna zijn we naar een stadje gereden Bunbury om de bus even te laten nakijken. We vonden het allebei een veilig idee dat de bus helemaal gecheckt werd. Zodat hij klaar was voor de “grote” reis. Zo gezegd zo gedaan. Een week en 900 euro lichter en iedereen was klaar voor de reis. Inmiddels zijn we druk op zoek gegaan naar een Farm Job. Om voor een 2e visum in aanmerking te komen moet je in je 1e jaar 3 maanden op een boerderij gewerkt hebben. En dat zou fruitplukken kunnen zijn, iets met paarden of koeien. Maar je zou ook in de mijnen kunnen werken en er zijn nog wel meer opties.
Via allerlei social media kanalen en websites zijn we opzoek gegaan. We zijn bij boeren in de regio langs geweest om ons cv af te geven. En noem maar op. Maar helaas steeds zonder resultaat.
Uiteindelijk vonden we een baan in Victoria op een appel farm. We begonnen gelijk met rijden. Aangezien het zo’n 3000km verderop lag. We hadden contact met een meid die daar ook werkte  en ineens begon het verhaal een beetje vaag te worden. We vertrouwden de boel niet helemaal. Het leek niet zo mooi als dat ze zeiden dat het zou zijn.
Ondertussen waren we ook al met een andere baan bezig.
Een vacature voor een koppel voor een cafe op een farm. Wat meetelt als “farmwork”.
We zijn daar gelijk volle bak voor gegaan. Ze zochten een chef voor de keuken en iemand met ervaring in de horeca voor bediening/managing/barista. Klonk ons perfect in de oren. En na wat heen en weer gemaild te hebben werden we uitgenodigd voor een sollicitatie gesprek. We moesten alleen nog wel even vertellen dat we nog in West Australie zaten. En dat we op z’n vroegst er 6 dagen later konden zijn. Dat was geen probleem. Zo gezegd zo gedaan. En stond ons dus nog een rit van ruim 3000km te wachten.

Het rijden ging gelukkig allemaal goed. We stonden vroeg op zorgde dat we al de nodige kilometers gereden hadden voor het warm werd. Op het warmst van de dag stopten we om te lunchen en probeerde we wat uit te rusten en te slapen. Als de temperatuur weer wat begon te zakken werd het tijd voor het 2e deel rijden van de dag.
Dit hebben we 4 dagen gedaan. En toen kregen we wat problemen met de auto. We konden niet meer in een lage versnelling rijden. Steeds viel er soort een versnelling uit. Waardoor we op een gegeven moment alleen nog maar in z’n 5 konden rijden.
En natuurlijk was het zaterdag, bloedje heet. En het eerst volgende stadje lag op zo’n 200km rijden. Gelukkig hadden we net daar voor getankt en besloten we maar om door te rijden. En het werd warmer en warmer. Ik (Inge) had ’s morgens een spijkerbroek aangetrokken (toen was t nog koud) en een lange mouw shirt. Maar we konden dus niet stoppen. Inmiddels was t al zo’n 38 graden. En in een auto zonder airco met een spijkerbroek aan was dus behoorlijk afzien.
Gelukkig kwamen we rond het middag uur aan in de stad. De eerste garage waarvan op internet stond dat die op zaterdag open was. Was gesloten.
De 2e waarvan op internet stond dat ze tot 1u open waren. Zag er ook gesloten uit.
Daar stond gelukkig een telefoon nummer bij. Jelle heeft gelijk gebeld. En ze waren net gesloten.
Maandag ochtend konden ze ons als 1e helpen. We mochten voor de deur (hek) parkeren en slapen. Mits we het wel netjes hielden. Dat was geen probleem. Maar… jaaa..
Wat moeten we nu tot maandag. Een auto die we liever niet gebruiken. Geparkeerd op een industrie terrein. Inmiddels was het al 40 graden geworden.
We kwamen er gelukkig achter dat er een zwembad was, en een Mc Donalds.
We hebben 2 dagen van de bus naar de Mc Donalds gelopen. Om daar een tussenstop te houden. En van de Mc Donalds naar het zwembad. En op de terug weg. Deden we precies hetzelfde.
Slapen in de bus kwam er niet echt van. Het was ’s nachts nog 33 graden. En we konden niet echt iets open zetten. Aangezien het niet helemaal legaal was wat we deden.
We waren dan ook erg blij toen we maandag ochtend de sleutel van de auto konden afgeven bij de garage. Het zou 1,5 dag duren voor hij weer gemaakt zou zijn.
We hebben toen een hoteltje geboekt met airco. En daar onze tijd uitgezeten.
De volgende dag rond 4u konden we de auto oppikken. En waren we klaar voor het vervolg van de reis. Eerst nog even wat voedsel en water ingeslagen. En toen waren we er weer helemaal klaar voor. We hadden de eigenaar van t cafe laten weten dat we problemen hadden met de auto. En dat we t niet gingen redden. Ze zei gelukkig dat het geen probleem was. En dat we niet moesten overhaasten en voorzichtig moesten zijn. Dat was al een hele geruststelling.

3 dagen later melden we ons keurig op tijd bij t cafe. We hebben het stel ontmoet die de advertentie had geplaatst. En daarna hadden we een gesprek met de bazin. Voor ons was t nog steeds niet helemaal duidelijk of we aangenomen waren. Na t gesprek werden we rond gereden over de boerderij. En vertelde ze wat ze er allemaal deden. Welke stukken land er van hun waren en welke van de buren. Daarna reden we terug naar t cafe.
En toen kwam t verlossende woord: JULLIE KUNNEN WOENSDAG BEGINNEN. (het is nu vrijdag).
YES YES YES!! ZO BLIJ! We hebben gelukkig niet voor niks als die kilometers gereden.
En t cafe zag er zo leuk uit, de mensen/collega’s waren allemaal zo lief een aardig.
Hier konden we onze 3 maanden “farm” work wel uitzitten.

En nu 6 maanden later zijn we nog steeds aan t werk in het zelfde cafe, op dezelfde boerderij.
We hebben het hier zo naar ons zin. En nu kunnen we lekker even doorsparen.
Inmiddels hebben we een nieuwe auto gekocht. Nieuwe plannen gemaakt.
Komen er binnenkort vrienden en familie langs.
En staat ons straks weer een nieuw avontuur te wachten met onze nieuwe auto.

Ik zal jullie beloven dat de volgende update iets sneller komt dan deze.
En zijn jullie trouwens benieuw naar t avontuur/reis die we gemaakt hebben om onze nieuwe auto op te halen?? Hoe ons leven er hier uit ziet? En wat we voor een nieuwe auto hebben??

Laat het ons dan weten…

X Jelle & Inge

Aftellen geblazen!!

Aftellen geblazen!!

Het is alweer even geleden dat we iets van ons hebben laten horen.
We zijn nog steeds aan het werk in Australië. Maar gelukkig is het einde bijna in zicht.
We moeten nog 5,5 week werken. En dan hebben we hopelijk genoeg gespaard om er weer even tegen aan te kunnen. 

Zoals de meeste van jullie al wel weten komen we half december naar huis.
Om met onze familie en vrienden de kerst dagen en Oud en nieuw door te brengen.
We vonden het vorig jaar zo gek om niet thuis te zijn. Het was een hele gekke, bijzondere ervaring. Op deze dagen hoor je eigenlijk gewoon met je familie en vrienden te zijn. 

We tellen de weken/ dagen dan nu ook echt af. Eigenlijk zijn we er nu wel een beetje klaar mee. Vooral omdat we weten dat we daarna lekker naar huis gaan. Maar goed, doorbijten en doorgaan.

Gelukkig is het weer wel opgeknapt. En is het nu bijna elke dag een graadje of 24. Het enigste nadeel voor mij is dat ik nu ook last van mijn hooikoorts heb. Ik heb gelukkig wel tabletjes kunnen kopen. Maar neusspray en oogdruppels heb ik nog niet kunnen vinden. Oohja, zakdoeken kennen ze hier ook niet. Ik loop nu met een wc-rol en soms met een stofdoek. haha. Je kunt niet alles hebben natuurlijk.

Ons busje is ook zo goed als af, we hoeven alleen nog maar wat kleine dingen af te werken. En verder moeten we de elektriciteit nog regelen.
We hebben er een mooi roofrek op gebouwd. Zodat we ook boven op ons busje kunnen zitten. En ook om er wat spullen kwijt te kunnen.
We hebben de binnenkant van ons busje zo neutraal, strak en ruim mogelijk willen houden. Maar daardoor zijn we wat beperkt in de ruimte. Vandaar dat we een mooie koffer hebben gekocht voor op het dak. Zodat we daar ook wat kwijt kunnen. 

Met m’n verjaardag zijn we er een nachtje mee weggeweest. Wat erg goed bevallen is.
Heel gek om je busje ergens te parkeren en dat het dan ineens je huisje is. Je schuift de keukenla uit en je kunt koken. We maken van onze bank een bed. En kunnen er heerlijk in slapen. 

We zijn vanuit Kojonup naar Collie gereden en daarna naar Bunburry.
Tussen Bunburry en Busselton hebben we een parkeerplaats gevonden vlak bij het strand. We vonden het wel erg spannend. Het was namelijk niet echt een legaal plekje om te slapen. Maar gelukkig is onze bus redelijk onopvallend. En ziet het er niet uit als een campertje. 

De volgende ochtend zijn we naar Busselton gereden. Daar hebben ze een van de langste pieren. Hij is wel 1.8km lang. Er rijd zelfs een treintje van het begin tot het einde. Daarna zijn we naar Dunsborough gereden.
Daar is een prachtig nationaal park. Waar we ons wel een paar uurtjes vermaakt hebben. Het weer was er gelukkig ook schitterend.
We waren weer even helemaal in ons element. lekker zonnetje, beetje rond tuffen in ons busje en opzoek gaan naar de mooie plekjes.
Het werken in Australie is natuurlijk ook een bijzondere ervaring. Maar we zijn toch meer van het reizen en ontdekken. Nog even en dan kunnen we dat weer gaan doen. Daarna zijn we nog bij een Chocolade winkeltje geweest. En hebben we vooral veel chocolade geproefd. En we konden natuurlijk niet de winkel verlaten zonder chocolade. Haha. Daarna zijn we op ons gemakje terug gereden naar Kojonup.

Vorige week zijn we er ook nog 2 nachtjes mee weggeweest. De eerste nacht hebben we langs de weg op een soort van rustplaats geslapen.
Heel erg spannend. Niet dus. De volgende dag hebben we de omgeving van Albany verkend. We zijn al meerdere keren in Albany geweest.
Maar altijd om boodschappen te doen. Of om gereedschap, materiaal te halen bij de Bunnings. Een mega grote bouwmarkt. De hornbach van Australie. 

Dit keer zijn we naar de kust gereden en hebben we diverse mooie plekjes gevonden. Heerlijk om weer even over het strand te lopen.
De zeelucht te ruiken. En te genieten van al het moois op deze wereld. Soms vergeten we wat we het afgelopen jaar allemaal hebben gezien en meegemaakt. Maar als je dan weer op mooie plekjes aan komt. Of als we in onze bus aan het touren zijn komen er weer veel herinneringen boven. Heerlijk om die herinneren op te halen. Zo fijn dat we dat samen allemaal hebben mogen mee maken. En dat we er ook nu nog van kunnen genieten. 

En wat kan je dan soms trots zijn op jezelf en op elkaar. Dat we deze stap/kans hebben durven zetten.  En dat we nu gewoon al bijna 5 maanden aan het werk zijn in Australie. Dat we hier vrienden hebben gemaakt. Dat de mensen je groeten als je ze tegen komt. Dat als je bij de apotheek, dokter of supermarkt komt, mensen je herkennen. 

Maar goed, waar was ik gebleven. Na een dag Albany verkennen vonden we een super leuke camping spot tussen Albany en Denmark. Een free camping met toilet voorzieningen. En direct aan de zee. We waren net op tijd. Want er was nog maar 1 plekje vrij. We hebben onze bus geparkeerd. En heerlijk een wijntje gedronken zittend op onze camping stoelen. Dus zo gaat ons leven er straks uit zien. Ik denk dat ik daar wel aan kan wennen. Het enigste waar ik niet aan kan wennen zijn de vele muggen. Dat is dan weer een minpuntje. Morgen gelijk maar even muggenspray en een citronella kaars kopen. We zijn na een halfuurtje ook maar naar binnen gevlucht. Ze prikten gewoon door m’n broek heen. We hebben van onze bank wederom een bed gemaakt. En nog even de foto’s terug gekeken van die dag. Jelle heeft namelijk eindelijk zijn nieuwe camera. De camera die die eigenlijk al heel lang wilde. Maar waar we eigenlijk niet het geld voor hadden, of voor wilden uitgaven. Na een paar weken werken kon hij hem eindelijk kopen. Maar toen was er een run op de camera. En was die in heel Australië uitverkocht. Eerst zou die eind van de maand september komen. Toen werd het oktober. En op een gegeven moment kon het wel december worden. Zo lang kon deze jongen niet wachten. Dus uiteindelijk  een nieuwer (en duurder) model besteld in Hong Kong. En die werd gelukkig netjes bezorgd zonder gedoe.

De volgende ochtend hebben we heerlijk ontbeten. En zijn we doorgereden naar Denmark. Daar hebben we even bij het toeristen informatiepunt een stapel boeken gehaald. En zijn we door gereden naar Walpole. Daar hebben we de Tree Top Walk gedaan.
Je loopt tussen de hoogste bomen van Australie op een brug. Die brug is 40 meter hoog. En geeft je een prachtig uitzicht over en door alle boomtoppen.

Na de tree top walk zijn we terug gereden naar Denmark. En hebben we daar de kustlijn bewonderd. Prachtige rotsen. Grote golven. Een lekker zonnetje. Wat wil je nog meer? (Uhm, misschien toch net even een paar graden warmer, zodat we de volgende keer een duik kunnen nemen in de zee)

Na Denmark zijn we terug gereden richting Albany. Onderweg zag Jelle een bordje met een strand erop. We hadden er nog nooit van gehoord. Maar zijn toch maar even een kijkje gaan nemen. Gelukkig maar, want wat was het mooi. De ruige zee. De groene omgeving. We hebben hier geluncht en optimaal genoten van het uitzicht. En gelijk even opgeslagen voor de volgende keer.
Hier komen we zeker nog een keer (of twee, drie) terug. Vooral omdat er geen toerist te vinden was. En de meesten van jullie kennen ons inmiddels wel. WE LOVE IT. Om een mooi plekje op dat moment met niemand te hoeven delen.
Daarna vertellen we het wel aan andere reizigers. Maar op dat moment is het “ONS” plekjes. 

In Albany hebben we nog even wat boodschappen gedaan, nog wat laatste dingen bij de Bunnings gekocht. En zijn we op het gemak weer terug gereden naar Kojonup. Nu gaan we na 2 dagen nog terug naar “huis”. En kunnen we weer onder onze warme douche staan. Maar straks hebben we alleen nog het busje. Is dat ons vervoersmiddel, ons huisje, eigenlijk alles wat we op dat moment hebben. En al hoewel ik het soms wat spannend vind om volledig in het busje te leven. Kijk ik er stiekem ook heel erg naar uit. Terug naar de vrijheid. Terug naar geen verplichtingen.
Terug naar ons reis leventje. Terug naar het optimaal genieten van het leven en al het moois.

Maar eerst nog even 5,5 week knallen. 3 dagen in een vliegtuig zitten en genieten van alle lieve mensen thuis. Samen kerst en oud en nieuw vieren. En heel veel gezellige avondjes met jullie. En dan gaat ons avontuur verder. 

Dikke kus van ons en tot over 5,5 week. We gaan maar vast een agenda kopen om alles een beetje te kunnen plannen. Aanvragen kunnen ingediend worden per e-mail: jelleeingeopreis@gmail.com  Haha. Geintje..

We houden van jullie en missen jullie. 

See Ya, Catch Ya. Have a Good one.

New title

Kijk uit malloot, een kokosnoot

Kijk uit malloot, een kokosnoot

Onze eerste nacht in Port Barton was nauw niet echt een feestje.
Er is alleen stroom van 17u tot 1u. Wat normaal gesproken niet heel erg is.
Maar om 1u stopten ook onze ventilator ermee. Wat er voor zorgden dat het bloedje heet was op de kamer.
De ramen stonden wagenwijd open, maar er was geen zuchtje wind te bekennen.
Na een aantal uren draaien hadden we dan toch wat geslapen tot de lokale honden vereniging een vergadering hield bij ons voor de deur.
En dat ging er niet heel erg rustig aan toe.
De ene hond blafte nog harder dan de ander. En dat ging maar door.
Uiteindelijk zijn we toch weer inslaap gevallen en werden we weer op tijd gewekt door het persoon dat al vroeg aan het vegen was.
Heerlijk nachtje dus. Maar goed dat halen we wel weer in op het strand.

Na een lekker ontbijtje gescoord te hebben, zijn we naar t strand gelopen en hebben we 2 kajaks gehuurd.
Jelle in z’n eentje in een eenpersoons kajak. En Rolinda en ik samen.
En het eerste stuk ging dat best goed. Maar op een gegeven moment draaiden we vooral rondjes.
En waren we druk bezig met het in een rechte lijn peddelen.
Uiteindelijk zijn we er gekomen. En kwamen we aan op een heel mooi wit strand. Het heette ook niet voor niks White beach. Heerlijk.
We hebben hier lekker genoten van het witte strand, de heerlijke zee en een kokosnoot mocht natuurlijk ook niet ontbreken. 

Aan het eind van de middag kwam er een meid uit de zee gesprongen die flink te grazen was genomen door een kwal.
Ze gingen met een scherp mes over haar huid en gooiden er azijn en koffie poeder op.
We vonden het niet zo’n fijn idee dat die kwal daar zat. En besloten daarom om maar terug te gaan.
Ondertussen kwam er ook een behoorlijk donkere lucht aan.
En om nou met het onweer op het water te zitten vonden we ook niet zo’n strak plan. En ook de terug weg verliep weer met een hoop gepeddel. En hebben we weer een aantal rondjes gemaakt. De lucht werd steeds donkerder en donkerder en we waren maar wat blij toen we weer met onze benen aan de wal stonden. We waren ook nog maar net binnen toen het begon met storten. ’s Avonds hebben we nog lekker gegeten en een snorkeltour geboekt voor de volgende dag. 

Ook deze nacht was weer een drama. Het was weer erg warm. En er waren nieuwe gasten gekomen die nogal hard praatten.
Gelukkig hield dat om 12u op. En waren de honden ook niet zo luid als de avond ervoor. Maar er zat nu een hond in de prullenbak bij onze buren. We hoorden allemaal geritsel. Oohja, we hadden ook nog een snurkende dame op onze kamer. We hebben er voor de zekerheid maar een geluidsopname van gemaakt. Anders zou ze het de volgende dag niet geloven. hihi

De volgende ochtend hebben we onze spullen vast naar een ander guesthouse gebracht.
We hadden de avond ervoor een guesthouse gevonden die heel de nacht stroom had. En wat een stukje rustiger gelegen lag.

We hebben onze spullen daar gebracht en zijn toen gaan ontbijten. Toen we klaar waren met het ontbijt wilden we weglopen. Toen er iemand tegen Jelle begon te praten. Bleek het een meid te zijn die stage heeft gelopen bij Jelle, bij TOUT in Amsterdam. Zo toevallig.
Er was alleen niet veel tijd om te kletsen, want we moesten naar onze snorkel tour.

Op de boot zaten we met nog 2 stellen, 2 vriendinnen, een meid en nog een man.
Een prima ploegje. We gingen als eerste naar een rif toe. Samen met nog een aantal bootjes lagen we bij het rif. En wat was het mooi. Er was zoveel te zien. Het koraal was wel al aardig dood. Maar er leefden wel heel veer verschillende soorten vissen. In zoveel verschillende kleuren. Prachtig.

Onze volgende stop werd paradise eiland. Een onbewoond eiland met een prachtig mooi strand. We konden ook hier weer snorkelen. Maar eigenlijk was het vooral lekker om te drijven in de zee. En heerlijk van de zon genieten. Rond 12u kregen we hier ook onze lunch. En wat was dat goed verzorgd. Er was rijst met kip, vis, groenten, fruit. Voor iedereen wel wat. Na de lunch hebben we onze spullen gepakt en zijn we naar een ander eiland gevaren. Voor dit eiland was ook een onwijs mooi rif. En we hebben er zelfs nog een zeeschildpad gezien.

De volgende stop was een plek om zeeschildpadden te zien. Nu hadden we het geluk dat we er al eentje gezien hadden.
De gids wees ons naar een plek waar er eentje zat. En daar gingen we natuurlijk met z’n alle op af.
Jelle was alleen de andere kant op gezwommen, dus ik ging hem halen om naar de zeeschildpad te kijken.
Bleek dat hij er gewoon 2 voor zich zelf had. haha. Toen ben ik daar ook maar bij gebleven. Bizar hoelang ze onder water kunnen blijven.
En dat ze altijd 2x achter elkaar naar boven gaan om adem te halen. Terwijl we terugzwammen naar de boot kwamen er nog 2 zeeschildpadden voorbij. Zo gaaf!!

Onze laatste stop was bij een zandbank/starfish point. Het was er ongeveer een halve meter diep. En om de haverklap lag er een zee ster. In mooie oranje kleuren. We mochten de zeesterren oppakken, maar niet boven water houden. Op een gegeven moment zag ik een zeester die zich verplaatsten over de bodem, dat zag er zo maf uit. Oohjaa, Jelle had zelfs nog een zee paardje gevonden. Die volledig op ging in z’n omgeving. Eind van de middag waren we weer terug in ons guesthouse en hebben we even heerlijk gedoucht

’s Avonds hebben we pizza gegeten en daarna hebben we nog een biertje gedaan met Sietske, het meisje dat we ’s morgens tegen kwamen.
Daarna zijn we lekker ons bedje ingegaan. En hebben we een heerlijke rustige nacht gehad. Zonder blaffende honden, luide mensen en wat was het fijn dat de ventilator de hele nacht aan stond.

Here we are again!!

Here we are again!!

Na een weekje thuis te zijn geweest en te hebben genoten van ons eigen bed, douche, het Nederlandse eten en alle lieve vrienden en familie om ons heen, was het tijd voor het tweede deel van onze reis. 

We reisden vanuit Nederland terug naar Hong Kong. Waar we vooral erg veel last hadden van onze jetlag. We waren rond 23:00 gaan slapen en werden de volgende dag pas om 14:30 wakker. Wat er dus voor zorgden dat we ‘s avonds niet konden slapen. Uiteindelijk zijn we rond een uur of 4 in slaap gevallen en om half 8 ging de wekker al weer. 

Met een vreselijk brak hoofd raapten we onze spullen bij elkaar en stapten we in de metro richting t vliegveld. 

Eerst maar eens even een ontbijtje scoren voor we door de douane gaan. ( we leren steeds meer van onze fouten, aangezien we pas ook hier waren en er na de douane bijna niks meer te eten te krijgen was). Na een ontbijt van de Mc Donalds konden we er tegen aan. 

Aangekomen bij “onze” gate bleek dat er een vliegtuig klaar stond om naar Osaka te gaan. Ook erg leuk natuurlijk. Maar we hadden juist zo’n zin in zon, zee, strand. Gelukkig riepen ze net rond dat onze gate gewijzigd was. En konden we naar de andere kant van de hal lopen. Na een hele lange tijd wachten gingen we eindelijk t vliegtuig in. De rij met mensen was zo bizar groot. We hadden echt het idee dat de mensen er vooraan instapten en achter er weer uit gingen. Maar toen we in t vliegtuig aankwamen bleek dat het echt een heel groot vliegtuig was. Haha. 

Aangekomen in Manilla was het aansluiten in de rij voor de immigratie waar we gelukkig vrij snel klaar waren.
En weer een stempel rijker in ons steeds maar voller wordende paspoort. 

Nog even onze tas oppikken en dan lekker naar t hotel. Jelle z’n tas lag al op de band toen we aankwamen. De mijne duurde wel erg lang.
Het is toch altijd weer spannend of ze er allebei zijn. Maar tot nu toe gaat het nog steeds goed! (even afkloppen)

In de aankomsthal is het altijd het zelfde ritueel. Eerste even geld pinnen. Meestal een keer of 3, aangezien we vaak maar bar weinig uit het automaat krijgen. En daarna een simkaart kopen. Zodat we “overal” bereikbaar zijn. Helaas valt dat overal nogal tegen. En zijn we zelfs met simkaart niet altijd verzekerd van internet. Maar aag, wij zijn er natuurlijk vooral om te genieten van al het moois. 

Na een klein middag dutje was het tijd om terug te gaan naar t vliegveld. We kregen namelijk bezoek! Begin van de avond is Rolinda geland. En die komt gezellig 3 weekjes met ons door de Filipijnen reizen. Super leuk! En ze is helemaal in haar eentje gekomen! Knap he? Haha.

We zijn gelijk terug gereden naar t hotel. En hebben ons eerst opgefrist. Daarna zijn we in t hotel gaan eten en lagen we allemaal vroeg op bed. 

Helaas moest onze buurman rond half 5 gewekt worden. En was volgens mij iedereen in het hotel wakker. Behalve de buurman. Gelukkig zijn we daarna nog wel even inslaap gevallen. Want om 8u ging de wekker weer voor onze volgende vlucht. We raken de tel zo ongeveer kwijt. Maar dit is alweer onze 26e vlucht! 🎉

We bestelden een taxi en reden naar terminal 3. Er zijn 4 terminals in Manilla en ik kon nergens op internet vinden naar welke terminal we moesten. Ik gokte op 3. Maar helaas dat bleek niet de juiste te zijn. Inmiddels begon de tijd te dringen. En hielp het personeel ons met het aanhouden van een taxi. Nadat we in de taxi zaten liet hij een kaart zien met de prijzen. 2300 peso’s per persoon. Wat neerkomt op zo’n €36 per persoon. Voor een ritje van terminal 3 naar 4. Echt belachelijk. Maar ja we konden nu ook niet meer uitstappen. Uiteindelijk moesten we in totaal 2300 peso’s betalen. Wat nog achterlijk veel geld is. Als je ziet dat we voor een taxi van t hotel naar t vliegveld zo’n €7 betalen. Maar goed. We hadden weinig keus en weinig tijd. Uiteindelijk toch maar betaald en het vliegveld ingerold. 

Gelukkig was t een vrij klein vliegveld en gingen we overal snel doorheen. En het mooie was nog dat heel t vliegtuig er nog niet was. Dus we waren meer dan op tijd. Uiteindelijk vlogen we wel nog op de juiste tijd.

Na een vlucht van iets meer dan een uur kwamen we aan op het eiland Palawan. Vanuit de lucht hadden we een prachtig uitzicht over de vele Filipijnse eilanden. En ik kan je vertellen. Dat zijn er genoeg.

We waren binnen no time t vliegveld uit en konden ook vrij gemakkelijk een taxi/busje boeken om naar de “plek” van bestemming te reizen. Ze hadden in totaal 6 personen nodig om te kunnen vertrekken. En gelukkig waren die snel gevonden. We stapten in het busje en reden eigenlijk gelijk weg van t vliegveld.

Onderweg pikten we nog andere mensen op bij een hotel en vervolgens reden we weer terug naar t vliegveld om nog meer mensen op te halen. 

Daarna vertrokken we wederom en reden we wat rondjes door de stad omdat er een paar mensen nog moesten pinnen. 

Al met al zijn we zo’n 1,5 uur verder en beginnen we eindelijk aan de rit naar onze bestemming. Onderweg pikken we nog wat mensen op. En het busje komt voller en voller te zitten. Tassen worden vastgebonden op het dak. En ruimte is er ook niet meer om fatsoenlijk te zitten. 

Vol gas reden we door over de hobbelige weg met vele bochten. Maar we kwamen steeds dichter bij onze accomodatie. Althans dat dachten we. We waren opweg naar het plaatsje Port Barton en we hadden iets geboekt wat 6km buiten port Barton ligt. Maar wat bleek nou. Hemelsbreed ligt het maar een paar km uit elkaar. Maar om er te komen moet je een heel stuk terug rijden. Wat neerkomt op zo’n 77km. Echt belachelijk. We konden ook niet meer onder deze accomodatie uit komen. En betaald was die helaas ook al. 

Uiteindelijk zijn we daar niet meer heen gegaan en hebben we een boze mail gestuurd. Met dat ze dit wel even mochten melden op de site.

Gelukkig vonden we in port Barton vrij snel een andere redelijke accommodatie voor een redelijke prijs. Alleen Rolinda moest even erg wennen aan het primitieve interieur en de wat onfrisse badkamer, de douche met koud water en het onverwachte bezoek in de wasbak. 

WELKOM IN AZIË, WELKOM OP DE FILIPIJNEN.

Zet je beste beentje voor!

Zet je beste beentje voor!

Zet je beste beentje voor
Zing het laag en luid in koor
Stappen wij voorbij
Ga dan gauw opzij

Want een olifant loopt door
Ja, een olifant loopt door
Hup twee drie vier
Een twee hup twee drie vier  

O, je hoort ons al van ver,
Want een olifant is fair    
Ja, hij bonkt en stampt
naar het legerkamp

Als een echte militair
Als een echte militair

Rechtsomkeer mars
Een twee drie Door
zet je allerbeste beentje voor

Rechtsomkeer mars
Compagnie halt

Tot zo ver de introductie van deze blog!!
Laten we nu met het echte werk beginnen.

Via de eigenaar van ons hostel in Trincomalee, kwamen we aan het mail adres van een een fantastische  gids en chauffeur voor een jeep safari. We hebben de beste man gelijk een mail gestuurd om te vertellen dat we geïnteresseerd waren in een jeep safari.
We kregen een super aardige mail terug. Helaas was de man zelf niet aanwezig. Maar hij kon wel zijn aller aller aller beste chauffeur sturen die hij had.
Nou, daar namen we ook genoegen mee ;).

We hadden om 14:30 afgesproken in het dorpje dat vlakbij het park ligt.
We maakten kennis met onze chauffeur Isuru. Een jongen die een stuk jonger is dan dat wij zijn. En die maar net boven het stuur uitkwam van de grote jeep uit kwam. We reden met redelijk vaart richting het park. Helemaal in vergelijking met de 40km/uur die wij rijden in onze TUKTUK.

Aangekomen bij het park betaalde we de entree prijs. We dachten eigenlijk dat dat de prijs per persoon was. Maar het was de prijs voor een auto. Dus al prop je die helemaal vol. Dan betaal je daar hetzelfde bedrag voor. De prijs voor de entree was: 4.160 rupee, dat is ongeveer €24,- Hier deed Isuru het dak van de jeep open. Zo konden we gaan staan en het ultieme safari gevoel beleven;).

We reden eerst een stuk over de hoofdweg. Er kwamen al een hoop jeeps terug gereden. En onderweg wordt er gevraagd waar we de meeste kans van slagen hebben. Af en toe stopt de chauffeur even. En tuurt hij met z’n ogen op zoek naar olifanten? krokodillen? vogels?

Een krokodil was het. Lekker langs de kant van het water lag een serieus grote krokodil.

een baantje trekken hebben we dan ook maar even overgeslagen daar.

We reden de hoofdweg af en kwamen in een soort weiland terecht. Onze chauffeur manoeuvreerde de wagen door de blubber, grote plassen water, het hoge gras. de eigenaar had niet overdreven. We hadden echt een goede chauffeur gekregen. In de verte konden we de kudde olifanten al zien. En we kwamen steeds dichter en dichter bij. Totdat we op maar een paar meter afstand stonden met onze jeep.
1 mannetjes olifant was daar niet zo blij mee en begon met z’n oren te flapperen en rende in de richting van een andere jeep. Die reed vol gas weg. Gelukkig net op tijd weg. De mannetjes olifant ging daarna naast z’n jong staan met nog 2 olifanten om hem te beschermen.
De andere olifanten merkten niet eens op dat er een groep mensen stond te kijken naar ze.
Ze stonden lekker te genieten van het verse gras dat ze aan het eten waren.
We konden wel uren blijven kijken naar die beesten. We hebben ons dan ook behoorlijk kunnen uitsloven met onze camera’s.(stelletje toeristen haha)

Maar uit het niets begon het ineens kei en keihard te regenen. We hadden gelukkig een regenjas meegenomen. De chauffeur vroeg of hij het dat dicht moest maken. Maar we zeiden nee hoor, we hebben een regenjas aan. Komt wel goed. Totdat het 2 minuten later op standje maximaal regende en het er echt met bakken uit kwam. We hebben toen toch maar heel lief aan de chauffeur gevraagd of het dak toch dicht mocht. Gelukkig wilde hij dat voor ons doen. Achteraf had het misschien niet gehoeven. Want we waren toch al zeiknat. We werden zo weer even herinnerd aan de regenbuien in Nederland. (alsof we die kunnen vergeten)

We reden weer weg bij de kudde olifanten. En onderweg zat de een na de andere jeep vast in de blubber. Af en toe knepen wij hem ook wel. Maar we hadden toch echt de beste chauffeur gekregen die er was. Hij vertelde dat er wagens waren die geen 4wiel aandrijving hadden. Dan wordt het vrij lastig om uit een kuil met modder te komen.

Even later zat er een jeep tot de helft toe in de bagger. Hij vroeg ons of we hem wilden helpen. Maar de chauffeur had er niet zo’n zin in. En het had waarschijnlijk ook niet zo veel zin om dit met 1 auto te gaan doen. De wagen was al zo ver weggezakt. Je zag zelfs dat de achterwielen al scheef gingen staan. Toen we wegreden zei onze chauffeur dat hij niet ging helpen. Omdat het geen collega van hem was. Oké, zo gaat het er hier dus aan toe.

We werden nog naar verschillende uithoeken van het park gereden. En onderweg kwamen we steeds olifanten tegen. Soms alleen en soms met z’n tweeën. Meestal merkten ze ons niet eens op. En gingen ze gewoon lekker door met het eten van gras en het gooien van grond op hun rug.

Er was 1 olifant die had een groot touw om zijn nek. De chauffeur zei dat die olifant een tracker om heeft. Hij is al meerdere keren naar het dorp gelopen om daar voor een hoop ravage te zorgen. Nu gaan de alarmbellen rinkelen als hij te dicht bij het dorp komt.

Onderweg kwamen we nog een hoop koeien en buffels tegen. Het was net of we door de polder reden. Haha. En in de verte hoorden we de geluiden van de pauw. Die was opzoek naar vrouwtjes, want hij was aardig aan het showen met z’n mooie veren.

Net voor de zon onder was reden we het park uit. Volgens mij waren we een van de laatste die het park verlieten. Helaas hadden we door de vele regen en donkere wolken geen mooie zonsondergang kunnen zien in het park. Dat had helemaal waanzinnig geweest.

Onderweg naar het dorpje stonden er ineens allemaal auto’s stil op de weg. Er liep namelijk een olifant over de weg. Ja dat gebeurt hier wel vaker. Nu waren wij wel erg blij dat we in de jeep zaten en niet in onze tuktuk. Na aankomst in het dorp hebben we nog een mooie foto gemaakt van onze chauffeur en hebben we hem onwijs bedankt voor de gave ervaring. Dankzij hem was dit een onvergetelijke middag. En hebben we niet in een treintje achter de andere jeeps aangereden.

We stapten in onze tuktuk om terug te rijden naar ons dorpje en hotel. En je gelooft het of niet. We kwamen onderweg weer 2 olifanten tegen. Het hield maar niet op. Dit keer liepen ze gelukkig langs de andere kant van de weg. En konden we er met onze tuktuk makkelijk langs rijden.

Die nacht hebben we allebei gedroomd over olifanten, olifanten en olifanten.

Nog even de kosten op een rijtje:
We betaalden voor onze chauffeur en jeep 4.500 ringgit dat is ongeveer €25,-
Voor de entree voor het park betaalden we 4.160 ringgit. Dat is ongeveer €23,-
In totaal waren we € 48,- kwijt voor een jeep safari van ongeveer 4uur.
Als je je jeep deelt met andere mensen dan ben je nog goedkoper uit. Je betaald namelijk niet per persoon maar per auto/jeep

Dansende Chinezen

Dansende Chinezen

Na de tiger leaping gorge gingen we met de trein terug naar Kunming.
We zaten weer 8uur in de trein, alleen hadden we het dit keer minder getroffen.
Er zat al 1 Chinese jongen op ons bed. Opzich natuurlijk geen probleem.
En we hadden ook helemaal geen last van hem.
Een paar uur later kwam er nog een Chinees stel bij ons in de cabine. Met een hele berg bagage.
Die ze eigenlijk nergens kwijt konden behalve op hun bed. Na wat gemok, hadden ze uiteindelijk de spullen in de hoek van hun bed gepropt.
Maar toen zaten we ineens met z’n 5e in een vierpersoons cabine. Met ook 4 bedden. Er was een vrouw die de kaartjes kwam controleren.
En die zei er ook niks over.
Ik wilde het nog vragen, maar van Jelle mocht het niet.
Dus uiteindelijk hebben Jelle en ik samen een bed moeten delen. Gelukkig hoefden we niet te slapen.

Na  8uur rijden kwamen we aan in Kunming. Een vrij grote stad met zelfs een metro lijn. Ideaal voor ons.
En we konden vlak voor ons hotel uitstappen. De lift bracht ons naar de 18e verdieping waar we de receptie konden vinden van ons hotel.
Het meisje achter de receptie sprak bijna geen Engels.  Maar ze deed erg haar best.
En met een mobiel en google translate kwamen we er wel uit.

De volgende dag zijn we naar een cafe in de buurt geweest. De wifi in onze kamer was niet zo goed.
En de formule 1 begon weer dus moesten we opzoek naar een plek met betere wifi.
Via Tripadvisor vonden we een leuk restaurant met goed eten en goede wifi.
En daar hadden ze helemaal gelijk in.
Het eten was super lekker en de wifi uitstekend. Dus Jelle was ook erg blij, en kon zo alles meekrijgen van de kwalificaties.

Nadat ons eten op was en de kwalificaties voorbij waren zijn we naar het park gelopen. Het was weekend en dat was te merken ook.
Het was druk in het park. En we hoorden overal muziek vandaan komen. Niet veel later zagen we verschillende mensen muziek maken,
zingen en volop dansen. Het was echt een drukte van jewelste. En we werden een partij aangestaard.
Waarop wij met open mond stonden te kijken naar alle gekke danspraktijken van deze mensen.
We keken onze ogen uit. En hebben er erg hard om moeten lachen.

De volgende dag zijn we weer terug gegaan naar het cafe en heeft Jelle de Formule 1 kunnen kijken, terwijl ik het een en ander kon uitwerken en boeken voor de komende weken.

’s Avonds stapten we in de trein om er 18uur lang in te mogen zitten.
We hadden het geluk dat we de cabine niet hoefden te delen met andere mensen. En we “lekker” konden slapen.
Nou dat lekker viel toch wat tegen. Al was het heel fijn dat er geen andere mensen bij waren.
Maar de rails onder de trein was toch niet zo heel erg best. En we hobbelden dan ook lekker op en neer met ons hoofd.
De machinist vond het ook erg fijn om hard en plotseling te remmen. Waardoor we soms bijna in de bedden tegenover ons lagen.
En als klap op de vuurpijl werd ik met spierpijn, koude rillingen en zweetaanvallen wakker.
Maar nog steeds waren we blij dat we de cabine niet hoefde te delen met andere..

We waren erg blij toen we de trein uit mochten. 18 uur is toch best wel lang om opgesloten te zitten in de trein en dan ook nog eens ziek worden. Op het station stond iemand van ons hotel te wachten. We konden zo instappen en werden vervolgens naar ons hotel gebracht.
Maar dit ritje was ook nog wat. We hadden voor een hotel gekozen vlak bij de ingang van het Zhanjiajie National Park.
Maar daardoor moesten we nog een aardig stukje met de auto rijden.
Het eerste stuk van de weg was super. Een nieuw geasfalteerde weg, waar we aardig door konden rijden. Maar toen we van de tolweg afkwamen was die mooi geasfalteerde weg veranderd in een grind pad. Volgens mij had onze chauffeur dat niet helemaal in de gaten, want hij ging in de zelfde snelheid door over deze weg. Een paar kuilen of heuvels daar draaiden hij z’n hand niet voor om. En ik was dan ook erg blij toen we aan kwamen in het hotel. Ik kon niet wachten om in mn bed te duiken. En m’n ogen dicht te doen. Hopen dat het morgen over is, en ik toch mee kan naar het zhangjiajie park. Het park dat bekend staat om de hoge spitsen rotsen. De film Avatar is gebaseerd op dit park.

Een ware uitputtings slag

Een ware uitputtings slag

Oke dan, daar gaan we. We staan aan de start van een 2 daagse trekking door de diepste kloof van de wereld. En wij gaan die gewoon beklimmen. Vol energie en enthousiasme startten we. Het eerste halfuur gaat goed. We lopen over een geasfalteerde weg een beetje omhoog.
Totdat we van de weg afgaan en gelijk flink gaan klimmen. Na de eerste meters klimmen ben ik gelijk buiten adem. Dat belooft nog wat.
Stapje voor stapje gaan we verder. Steeds 20/30 stappen en dan even rusten. Als je denkt dat je er weer tegen aan kunt. En na 30 stappen beseft dat je gewoon echt niet meer kunt. Nu zijn we ook niet sportiefste reizigers. En ook zeker niet met een top conditie. Maar dit was wel heel bizar. Ik heb zelfs nog last gehad van hyperventileren. En dat heb ik echt nog nooit gehad. Maar toen besefte we ons dat we ook aardig hoog in de bergen zaten. En dat dat natuurlijk ook wel een rol speelt.

Uiteindelijk kwamen we aan bij een soort rustpunt. Een man had een hutje gemaakt en verkocht er drinken, Snickers en fruit. Op de muur stonden allerlei berichten van andere reizigers. Met teksten als: “ best stop ever” en “Neem er ’n poar”.
Gelukkig we waren niet de enigste die het zwaar hadden. We deelden een redbull. En toen we die ophadden en wegliepen vroeg hij of we nog wat ganja wilden? En wees naar een zakje marihuana. haha. Daar moesten we heel hard om lachen. Maar we wilden het toch maar gewoon op eigen kracht proberen. Het was gelukkig een stuk fijner om te lopen. We liepen nog steeds een klein beetje omhoog. Maar het ging veel gelijkmatiger.

Niet veel later kwamen we bij een andere stop. Er zat een lief, schattig vrouwtje.
“Kom ga even zitten, rust even uit”. We kochten wat bananen bij haar en een appel.
Terwijl we aan de bananen waren begonnen kwam ze met een mandarijn aan. Ze had hem door de helft gedaan en Jelle en ik kregen allebei een helft. Dat was echt zo lief van haar. En de mandarijn was echt super lekker. Heel erg zoet.
We waren weer op krachten gekomen en vervolgde onze tocht.
We hadden gehoord dat er 2 pittige stukken zaten in deze wandeling. De eerste hadden we al gehad, gelijk aan het begin. En de 2e kwam steeds dichterbij. De 28 haarspeldbochten. Net voordat we daar aan begonnen was er nog een kraampje. We bestelden allebei een redbull. Zodat we genoeg energie zouden hebben voor de klim. Op de muur hingen allemaal pasfoto’s van mensen die de tocht gedaan hadden. Dat zag er echt super leuk uit. Helaas hadden we geen pasfoto’s bij ons om de wand mee aan te vullen.

We waren klaar voor de 28 haarspeldbochten en we begonnen ook gelijk met tellen.
28 is best wel veel. Vooral als je nog maar bij 2,3,4,5, bent. Maar op een gegeven moment hadden we er 1/4 opzitten, toen werd het 1/3 en ga zo maar door. Met de nodige rust momenten kwamen we steeds verder. We haalden een grote groep in, die aan het uitrusten waren.
Inmiddels waren we zelf de tel al kwijt. En er riep iemand: “ nog maar 5”!! Oke dan, nog maar 5 te gaan. Daar gaan we dan. Ik was al bij 5 met tellen. Maar het eind was nog niet in zicht. Wat natuurlijk op zo’n moment behoorlijk tegenvalt. Maar goed.
Uiteindelijk zijn we er gekomen. En werden we beloond met een prachtig uitzicht. Gelukkig volgde er nu een stuk wat vlak was. We liepen door een bos en roken de geur van de dennennaalden. Wat ons weer even deed denken aan de bossen in Nederland. Heerlijk!!
In de verte konden we het eerste dorpje al zien. Met de eerste guesthouses. Maar we hadden nog wel energie en kracht om door te gaan.
Het was nu immers niet zo zwaar meer. We passeerde het dorpje en liepen verder. Met elke 50/100 meter die je loopt veranderd het uitzicht zo erg. Het ene plekje is nog mooier dan het andere. Wat alles gelukkig weer een beetje goedmaakt. Inmiddels werd het ook wat aangenamer om te wandelen en was het niet zo warm meer.
We kwamen bij het volgende dorpje aan. En er zijn wandelaars die hier stoppen om te overnachten. We twijfelde even, maar besloten toch nog door te lopen. Het volgende dorpje lag op 1,5 uur lopen. En dat scheelt ons weer een stuk lopen voor de volgende dag. En op zich konden we er nog wel even tegen aan.
Het eerste stuk liepen we over de “gewone” weg. Maar even later moesten we toch een grind pad op. We liepen over een pad met aan de ene kant nog berg. En aan de andere kant een afgrond. Het was toch wat pittiger dan dat er gezegd werd. Maar goed! We kunnen nu niet meer terug. De zon zakte langzaam weg achter de bergen. Wat er super mooi uitzag.
Uiteindelijk kwamen we aan in het dorpje en liepen we naar Halfway Guesthouse. Dit guesthouse is enorm bekend onder de wandelaars. En de meeste overnachten hier dan ook. Dus we besloten om dat ook te doen. We boekten een kamer. En ploften neer op ons bed.
Pfff, wat een tocht was dit. Waarom waren we hier ook alweer aan begonnen?
We besloten om gelijk maar wat te gaan eten, dan konden we daarna gaan douchen en naar bed. Met moeite kregen we een menukaart in handen. En toen we een keus hadden gemaakt was er niemand te bekennen. Jelle was naar de receptie gelopen om te bestellen. En toen ze hem aan zag komen, liep ze gewoon weg. Met veel gepuf uiteindelijk wat te eten besteld. En even later werd het op onze tafel gesmeten.
Naast ons zat ook een groepje wandelaars. En die waren ook behoorlijk verbaasd.
Gelukkig was het eten wel erg lekker.

Na het eten zijn we gaan douchen en onder de wol gekropen. 3 lagen dekens en een elektrische verwarmbaar matras. Dat was best wel fijn om even op te warmen.
Toen we gingen slapen, hebben we hem toch maar even uitgezet. Na een redelijke nacht ging de wekker. En gelukkig waren onze benen en voeten ook weer wat bijgekomen van de wandeling. En waren we klaar voor het 2e gedeelte.
We hadden alleen geen zin om te ontbijten in dit hotel. Dus we vulden onze maag met wat muesli repen en begonnen aan het 2e gedeelte.
Het pad was in het begin redelijk vlak. Wel een smal pad, met een vrij stijle afgrond.
Wat bij mij alweer voor trillende benen zorgde. Ondertussen werden we ingehaald door een herder met een kudde geiten. En hup, die geiten liepen zo naar beneden. Ik wou dat ik ook zo naar beneden kon lopen, zonder te vallen en zonder trillende benen. Niet veel later begonnen we met afdalen. En toen voelde ik toch wel dat m’n voeten nog beurs waren van de dag ervoor. M’n tenen deden erg veel pijn bij het naar beneden lopen omdat m’n tenen steeds tegen elkaar werden gedrukt.

Uiteindelijk hadden we er iets langer dan 2u over gedaan om bij Tina’s Guesthouse te komen. Hier hebben we even wat gedronken en een overheerlijke bananen pannenkoek op. Vol energie begonnen we aan de tocht naar de kloof.  Het geen waar we uiteindelijk voor gekomen waren. Er was een pad/trap aangelegd door lokale bewoners.
We begonnen aan de wandeling. Het was een mooie trap, met flinke stappen naar beneden. Maar het was zo stijl. En ik had geen controle meer over m’n benen. Alles trilde en trilde. Jelle was er ook wel klaar mee. En zei: “Kom we gaan terug, het is mooi geweest”. Maar ik zei: “ Nu ben ik al zo ver, nu wil ik naar beneden ook”.
Op een gegeven moment kwamen we bij een trap stijl naar beneden. Achterste voren gingen we een voor een naar beneden. Niet veel later was er nog zo’n trap alleen dan nog even een stukje langer. Jelle zei: “kijk maar niet naar beneden, draai je om en kom achteruit de trap af”. Ik heb maar netjes naar hem geluisterd.
En wel even naar beneden gekeken, en wat was dit hoog en stijl. Ik was erg blij dat Jelle onder me stond. Uiteindelijk zijn we na vele rustpauzes beneden aangekomen. En het was het gelukkig allemaal waard. Een fantastisch uitzicht door de diepste kloof ter wereld
Nauw! Dat hebben we geweten ook. Ik kon geen stap meer zetten. En ben op een steen neergeploft terwijl Jelle foto’s is gaan maken. Na een halfuur moesten we toch echt weer gaan. Want anders zouden we de bus terug missen. Gelukkig ging naar boven lopen een stuk beter. En had ik geen last van m’n tril benen en m’n zere tenen. Maar nu was Jelle degene die niet meer kon. Zweten, misselijk, hyperventileren. Gelukkig was ik dus niet de enigste die er last van had. Om de 50 stappen pakten we een rust moment. Maar op een gegeven moment kon Jelle echt niet meer. Hij werd duizelig en flauw. Na een rust pauze, water en koekjes knapte hij gelukkig op. En waren de laatste loodjes echt het zwaarst. We waren zo blij toen we weer boven bij de weg aankwamen en we over het asfalt konden lopen.

Het was echt een fantastische ervaring, en we hadden het voor geen goud willen missen. Maar oh oh, wat was het zwaar en wat hadden we dit onderschat.

Wat een schatje

Wat een schatje

Vanuit Xi’an wilden we naar het plaatsje Lijiang.
Er was alleen geen rechtstreekse trein tussen deze 2 plaatsen. En nou is overstappen niet echt een probleem. Maar in totaal zouden we 38 uur onderweg zijn. En dat vonden we toch wel een beetje lang. En zonde van onze tijd.
We hebben toen gekeken voor vluchten. Maar de goedkope vluchten vlogen op de meest gekke tijden. En we vonden het niet echt fijn om ’s nachts aan te komen op het vliegveld. Omdat er dan geen bus of metro rijd. En een taxi wordt ook lastig als er niemand Engels spreekt,

Uiteindelijk vonden we een goedkope vlucht naar het plaatjes Kunming.
Vanuit Kunming konden we wel rechtstreeks met de trein naar Lijiang. Het was niet de snelste optie, maar ook zeker niet de traagste. En gelukkig ook niet zo duur.
We hadden ongeveer 2uur om van het vliegtuig naar de trein te komen. Gelukkig waren we wat eerder geland. En stonden we zo’n 10 min later met onze bagage buiten. Er was een metro verbinding tussen het vliegveld en het treinstation.

Het was nog wel een aardig stuk wat we moesten afleggen. En toen we bij de Metro uitgestapt waren. Moesten we helemaal om het treinstation heenlopen om bij de ingang aan te komen. Gelukkig waren we er op tijd.
Op de treinstations in China gaat het allemaal wat anders dan in Nederland.
Eerst moet je bagage door een scanapparaat. Dan loop jezelf door een poortje. Vervolgens gaan ze nog met een scanner je hele lichaam langs. Pik je je bagage op. En loop je door naar de kaartverkoop.
We kopen de kaartjes al van te voren op internet. Je moet dan het reserveringsnummer laten zien en de bijbehorende paspoorten.
Als je dat gedaan hebt, loop je weer naar een ander poortje. Daar zit iemand die je ticket controleert en je paspoort. En dan mag je het echte station in. Dan is het zoeken naar het juiste treinnummer. En wat zijn we blij dat de cijfers wel gewoon hetzelfde zijn in China. En niet in Chinese tekens. Ook de treinnummers staan in bijvoorbeeld K6109.
En de tijden gelukkig ook. We kunnen ons daar door aardig uit de voeten maken.

Vervolgens is het tijd om te “boarden” en loop je naar een poortje waar je je ticket scant. En loop je het perron op. Je zoekt het juiste trein nummer op en daarna je stoel en/of bed.

Dit keer hadden we 2 bedden. Boven en onder. En de ruimte deelden we met een jong Chinees stel. Je bagage kan je onder de banken kwijt. Maar bij ons zat er iets onder het bed. Waardoor we niet alles kwijt konden. Het Chinese meisje hielp ons met het opbergen van de bagage. Echt een schatje. Even later gaf ze een pakje met eten aan ons. Geen idee wat er in zat. Het zag eruit als kipsate in marinade. Ik bedankte haar in m’n beste Chinees. En daar moest ze hard om lachen. Maar ik had nog steeds geen idee wat er in zat.
Ze pakte haar mobiel en via een vertaal app stond er: This beef is very tasty and spicy.
Aag, echt zo lief van haar.
Omdat we ’s nachts hadden gevlogen waren we wel een beetje afgedraaid en wilden we wel even onze ogen dichtdoen. Jelle was naar boven geklommen. En ik was ook m’n deken aan het goedleggen. Na mijn idee lag het er redelijk bij. Even later voelde ik wat bij m’n voeten. Was ze m’n deken aan het goedleggen.

Het was zo jammer dat we niet echt konden communiceren met elkaar. Gelukkig kun je met lichaamstaal al een hoop. Toen we bijna bij het eindpunt waren deed ze het gordijn open. En de hoge bergen waren al goed te zien.
Ze pakte haar telefoon en vertaalde: Snow Mountain. En ze wees in de richting van een gigantische berg met sneeuw op de toppen. Super vet.

Even later waren we op de bestemming aangekomen en namen we “afscheid”. Ze zwaaide heel lief naar ons, en even later kwamen we ze nog een keer tegen. En zwaaide ze weer heel hard.

Wat een schatje was het!
Sommige Chinezen doen echt zo hun best om met je te kunnen communiceren.

Terracotta leger een toeristenval?

Terracotta leger een toeristenval?

Na Pingyao was het tijd om weer in de hoge snelheidstrein te stappen. Dit keer was het zo’n 3uur en stapten we uit in Xi’an.
We dachten dat dit eigenlijk een klein stadje zou zijn. Maar na het zien van de metro lijn die er door loopt en de verschillende winkel centra. Was dat toch niet het geval. We zochten het op op internet. En het is een van de grotere steden van China.
Vroeger is Xi’an ook de hoofdstad van China geweest.
De zijderoute eindige in deze stad. Wat er voor gezorgd heeft dat er moslims mee kwamen.
Er is zelfs een hele moslim wijk in deze stad. Met voornamelijk Chinese Moslims.

De stad Xi’an bezochten we voornamelijk om het terracotta leger te bezichtigen.
Dit leger is 44 jaar geleden pas ontdekt en gebouwd rond 250 VC. voor de eerste keizer van China.
Als de keizer zou sterven en naar de hemel zou gaan, dan stond er een heel leger voor hem klaar.
Per toeval is het ontdekt door een stel boeren die een waterleiding wilden aanleggen. En dit ineens tegenkwamen.
Het was makkelijk om zelf met de bus te reizen naar het terracotta leger. Voor nog geen €1 per persoon kochten we een kaartje voor de bus.
De entree voor het terracotta leger was wel wat aan de hoge kant €19,- per persoon. Het bestond uit 3 grote hangars.
De eerste was helemaal leeg gegraven. Alleen de gangen waren nog aanwezig. En wat resten van de kapotte beelden.
De 2e kon je wat beter zien hoe de verschillende beelden hadden gestaan. Ook was er een soort koets met paarden te zien.
De 3e en laatste hal was ook de grootste. Ze waren hier nog volop bezig met het restaureren van de beelden.
Maar als je verwacht dat je in een loods vol met beelden terecht komt, dan valt het vies tegen. We hadden al gehoord dat het wat tegen zou vallen. Maar dit was wel heel erg.
Alleen op de voorste 30 meter stond het vol met beelden. De gangen daarachter waren leeg, of er lagen allemaal kapotte beelden die ze nog aan het uitzoeken waren. We vonden het een flinke domper. Helemaal als je ziet wat je ervoor betaald.
We zijn terug gegaan naar ons hotel en hebben even lekker uitgebreid gegeten bij de Burgerking.
Dat hadden we wel verdiend na de grote domper van die middag.

De dagen erna zijn we vooral bezig geweest met plannen, trein/vlieg tickets boeken.
En Jelle had wat last van de griep. Dus we hebben vooral binnen gezeten.
Wat niet verkeerd was, aangezien de temperatuur rond de 5 graden lag.

De laatste avond zijn we naar de Moslimwijk gegaan. We keken onze ogen uit. Je kunt hier vooral terecht voor stukjes lamsvlees op een stokje. En dat was ook goed te zien. Buiten hingen de lammeren op. En een mannetje met een mes sneed er stukje uit. Vervolgens reeg de ander ze op een grote stok. En weer iemand anders bakte ze bruin op de grill.
We hebben een stokje geprobeerd, en het was echt super lekker. Later zijn we zelfs nog terug gegaan.
Er waren varkenspootjes (het zag eruit al varkenspoten, maar aangezien een moslim geen varkensvlees eet, weten we het niet zeker) te krijgen, Softshel krabben, octopus op een stokje, Ze waren op verschillenden plekken bezig om nougat te maken. 2 Mannen met hele grote houten hamers sloegen om beurten op de nougat. En iemand anders maakten er stukjes van. Of een soort koekjes met rozenwater.
Ze verkochten ook pita broodjes met draadjesvlees, gebakken aardappeltjes, fruit met een gelatine laagje erop. En mannen waren bezig om noodles te maken.  Het was echt een heel gezellig straatje met lekker eten. En we vonden het erg leuk om te zien hoe ze bezig zijn om bepaalde dingen te bereiden/klaarmaken en dat gewoon op straat!

Pingyao

Pingyao

We reisden vanaf Beijing met de hoge snelheidstrein naar Pingyao.
Een super snelle trein. Die ons in 4uur naar de volgende bestemming bracht. (en dat over zo’n 600km)

Op het treinstation in PIngyao stond een man klaar met een bordje met onze naam erop.
Hij zette ons netjes af bij ons hotel.
Een super leuk Chinees guesthouse. Helemaal in de Chinese stijl. En een hele vriendelijke gastvrouw.
We kregen eerst een mok met lokale thee. Het was gewoon warm water met iets van gepofte granen erin. Maar best wel lekker eigenlijk.

Op tripadvisor vonden we wat leuke/lekkere Chinese restaurantjes om te gaan eten.
Deze restaurantjes hadden ook een Engelse menu kaart.
Wat best handig kan zijn, aangezien ze echt de meest gekke dingen eten in China
We bestelden Dimsum, Mountain noodles en iets van zout/zure kip met pinda’s.
En het was eigenlijk best wel lekker.
Zo gek dat als je in Nederland naar de Chinees gaat, je eigenlijk bijna alleen maar Indonesisch eten besteld.
En het geen was ze hier in China eten. Is op de NL-Chinese menukaart nergens te bekennen.
Dat zou dus hetzelfde zijn als wij Nederlanders een DUTCH snackbar openen in een ander land.
En vervolgens pizza en pasta gaan verkopen.

Pingyao zelf is echt een heel leuk klein dorpje. Gelegen tussen de muren van een fort.
We konden een ticket kopen en daarmee alle musea bezichtigen die er er te vinden zijn.
En dat waren er aardig wat.
We bezochten verschillende tempels, een oud overheidsgebouw en als laatste gingen we de stadswal op.
We hadden gedacht dat het daar wel super druk zou zijn. Maar we waren zo ongeveer de enigst.
We hebben wat leuke foto’s gemaakt op de muur. En op een gegeven moment stonden er een aantal beelden van strijders en een paard.
Voor het paard lagen stenen opgestapeld. Dus er waren mensen geweest die er opgeklommen waren. haha.
Dat moesten wij natuurlijk ook even proberen. En zo als je ziet is het best leuk geworden toch?
Wij hebben er in ieder geval de grootste lol om gehad.
Aan het eind van de muur werd het wel een stukje drukker.
De meeste toeristen zijn alleen daar even naar boven gegaan om naar de zonsondergang te kijken.
Het verbaasd ons dat er zo weinig westerse toeristen te zien zijn.
Het zijn voornamelijk toeristen uit eigen land. Hele hordes komen soms op je afgestormd.
En soms lijkt het net of ze je niet zien staan. Ze lopen gewoon dwars door je heen.
En kijken soms niet op of om van hun telefoon, wat ook voor leuke acties zorgt.

Overigens zijn ze hier in China wel een heel eind verder op het gebied van mobiel betalen.
Nu snappen we ook ineens waarom ze altijd met van die mega grote powerbanks rondlopen.
Hun hele leven staat op die telefoon.
Ze betalen met hun telefoon bij de h&m, de supermarkt, de metro maar ook bij de meest gare straattentjes kun je afrekenen met je mobiel. .

En ik dacht dat ik al zo afhankelijk was van mijn telefoon, dan valt het bij het zien van de Chinese bevolking eigenlijk nog best mee. haha